Mijn zwarte bangerik

Vanuit mijn zolderraam staar ik – enigszins beteuterd door het sombere weer – naar buiten en overweeg of ik mijn dag zal besteden aan helemaal niets doen. Mijn ogen stellen zich scherp en ik kijk recht op de tegel die iets boven de andere uit steekt. Boris. Mijn lieve Baas B. Hij ligt daar, al drie jaar, onder die betreffende steen. Niet van plan om ooit nog ergens heen te gaan en mij te begroeten bij thuiskomst. Hij is niet de enige die daar ligt, het is een waar kerkhof in onze tuin: twee katten, twee ratjes en vier hamsters gingen hem voor.

Op de dag dat ik Boris mee naar huis nam maakten mijn ouders de afspraak dat er geen dier meer bij mocht op onze dierenrustplaats – om maar een beetje op de zaken vooruit te lopen. Dat zien we dan wel weer, dacht ik. Vier jaar later brak helaas al het moment aan om daar een daadwerkelijke beslissing over te nemen. Uiteraard werd er een gat gegraven, dat gevuld werd met een doos waarin brieven vol lieve berichten, foto’s en wat kattenbrokjes werden gestopt – Egyptian style is how we do -, met in het midden van dat alles mijn lieve Boris, a.k.a. Baas B – vraag me niet waarom ik hem zo noemde, hij was een eersteklas pussy.

Ach, hij had al vier jaar eerder het loodje kunnen leggen. Het is een mooi verhaal hoe ik aan die lieve, grappige kat ben gekomen. In vogelvlucht – daar zat Boris toch nooit achteraan: tijdens mijn stage bij een dierenartspraktijk kwamen twee boeren een kat brengen. Hij was vals, oud en poepte en plaste in huis, kortom: genoeg redenen om hem in te laten slapen, dachten zij zo. De lomperiken hoefden niet bij zijn euthanasie aanwezig te zijn. Dat gaf de arts, anders had hij het ook gedaan, de kans om de kat te onderzoeken en te observeren voor hij zich als Jack over hem zou ontfermen.

Daar zat hij, heel rustig, eerder bang dan gemeen, in het konijnenhok waarin ze hem hadden gebracht. Met een schepnet haalde de arts hem eruit, safety first, misschien was hij wel echt vals, ook al leek het er niet op. ‘Mag ik hem meenemen?’ floepte ik eruit nadat ik de kat wat beter kende, zonder er verder over na te denken. En zo geschiedde het, niets van wat de twee mannen hadden verteld kwam tot uiting. Hij was vooral heel bang, dat is hij altijd wel een beetje gebleven, maar het werd een stuk minder. Wat hebben we gelachen om dat beestje. Hij werd ziek, dus gingen wij uiteindelijk voor dezelfde afspraak als vier jaar eerder, naar een dierenarts, maar niet omdat hij vals was. Hij was lief, liever dan alle katten die ik ken, zelfs voor de buurtkatten. Wij bleven erbij en de laatste die hij zag waren mensen die van hem hielden. Want echt, ik hield heel veel van die zwarte bangerik. Nog steeds maken we soms grapjes over hem, dat zegt genoeg toch?

Door mijn eigen sentimentele gedoe, loopt er nu een langzaam druppend watervalletje over mijn wangen. Wat voor mij tot nu toe ‘een van de grotere verliezen uit mijn leven’ is, is voor een ander misschien een kleinigheidje, het is per slot van rekening een kat, geen mens, dat kun je misschien ook niet met elkaar vergelijken. Hoe dan ook was hij voor mij heel belangrijk. Ik denk nog regelmatig aan die rakker, vaak met een grijns op mijn gezicht. Goed, laat ik maar eens iets gaan doen – of misschien niet zoveel. Het liefst zou ik op deze regenachtige dag willen dat Boris voor één dag weer even bij me was. Ook al is hij dat altijd wel een beetje, want die bangerik houdt voor altijd een speciaal plekje in mijn hart.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: